Ik vind Caïro echt fantastisch. Ik ken geen plaats ter wereld waar het leven zo bruisend en direct is als in Caïro. Het centrum is vergeven van de auto’s, en de zwart-witte taxi’s in alle staten van ontbinding domineren het straatbeeld. Daar waar de straatjes te smal worden voor auto’s nemen scooters brommers en voetgangers de overgebleven ruimte in. Modieus geklede vrouwen flaneren kletsend over pleintjes. Je hoort er een constante ruis die bestaat uit het geluid van auto’s, vrachtwagens, marktkooplieden, het gejoel van kinderen en verhitte gesprekken van mannen op straat. Iedereen is buiten, leeft buiten. Het fijne aan Caïro vind ik de geweldige concentratie van zoveel verschillende mensen bij elkaar, die op de een of andere wijze met elkaar of langs elkaar heen leven. Leven is het sleutelwoord in Caïro, het bruist ervan, misschien ook wel omdat iedereen, jong en oud heel direct bezig is om te overleven.

Een schets van deze bruisende stad

De wevers van de prachtige Egyptische kelims bijvoorbeeld. Die worden gemaakt door mensen die arm zijn, en vaak al moeite hebben te investeren in het garen voor de kleden. Maar de kleden die ze maken zijn zo prachtig en magisch dat het voor de wever een waar genot moet zijn om het patroon voor zijn ogen te zien ontstaan, spoel na spoel door het weefgetouw. Een diepte in de kleuren, een eenvoud in het patroon. Lijn voor lijn, draad voor draad groeit het weefwerk, en op een dag is het compleet, het kleed is af. Een kleed om je leven lang te koesteren.

De Egyptische kelims worden gemaakt van katoenen garens, die vaak met natuurlijke verfbronnen worden gekleurd. Hierdoor krijgen ze een zachte harmonieuze uitstraling. En ondanks dat het gebruikte katoen ijzersterk is hebben deze kleden een onweerstaanbare zijdeachtige glans.

Ik zag dat de wever gehecht was aan de kelim in aardetinten waarop ik mijn oog had laten vallen. In eerste instantie zei hij dat het niet te koop was, het was zijn nieuwste creatie. Teleurgesteld keek ik verder, tot ik opeens bij mijn arm gegrepen werd. Het was de vrouw van de wever. Ze nam me mee terug naar die kelim en schreef een prijs op een kartonnetje. Ze vertelde dat ze zich sinds een tijdje is gaan bemoeien met de verkoop, want al heeft ze er met haar hele huishouden eigenlijk geen tijd voor, het geld heeft ze hard nodig, en ieder verkocht kleed telt mee. Graag betaalde ik de gevraagde prijs. Blij dat ik haar had kunnen helpen, en nog blijer met mijn nieuwe aanwinst stapte ik daarna weer de drukke straten in om me te laten overweldigen door het leven in Cairo.