Na de lunch bij mijn Canadese collega thuis zat ik nog even met zijn vrouw na te praten. Hij stond erop dat wij ons gesprek voortzetten, en trok zich terug in zijn grijze werkkamer om het rapport waar we aan hadden gewerkt af te ronden. Toen ze me even alleen liet overweldigde mijn jetlag me opnieuw en had ik het gevoel dat alle kleuren en patronen om me heen draaiden zoals ook het koninklijke Marokkaanse veelhoekige stersymbool dat zoveel tegels, hekken, kasten en deuren in Marokko siert. De verschillende lijnen ervan maken samen een patroon dat oneindig in elkaar grijpt en op oneindige manieren verfijnd wordt in tegelwerk, houtsnijwerk en textiel.

Ik schrok op uit mijn dromerijen en merkte dat ik naar een kussen staarde waarin dit eindeloos mooie patroon verweven was. En opeens realiseerde ik me dat ik dit al eerder had gezien. Precies dit kussen had ik gezien in het mysterieuze winkeltje dat ik later nooit meer terug kon vinden in Les Potteries in Salé bij Rabat. Ik keek op en keek recht in de ogen van de echtgenote van mijn collega. Ik kon niet zeggen hoe lang ze daar al stond, maar het bracht me de manier in herinnering hoe de oude Marokkaanse man in het mysterieuze winkeltje opeens was verschenen, terwijl ik wegdroomde bij zijn spullen. Ik probeerde uit te leggen waarom ik zo staarde, en vroeg haar naar de winkel, wanneer zij er nog was geweest, en of ze wist wat ermee gebeurd was. Maar ze vertelde alleen maar dat ze van niets wist. Het kussen had ze van een vriend in Rabat gekregen zei ze, al vond ik het moeilijk dat te geloven.

Filigrain Lampen

In plaats van in te gaan op mijn vragen begon ze te vertellen over de andere kussens die op haar bank lagen. Een ervan had ze zelf meegenomen uit Tibet, het was antraciet tot zwart, en grof geweven. Een dunne witte lijn liep op een derde van de bovenkant door de stof. Deze kwam niet van een van de dagelijkse toeristenmarkten in de hoofdstad Lhasa. Na een dagenlange tocht te voet door de hoogvlaktes was ze met haar gids bij een groep nomaden aangekomen. Hier werd ze vriendelijk ontvangen en kon ze een paar dagen uitrusten van de omzwervingen over hoge bergwanden en steile afdalingen. Ze vertelde dat ze nog nooit zo goed sliep als tijdens die nomadennachten. Het was dan ook onmogelijk om het kussen waar ze op sliep te weigeren toen het haar als gift bij het afscheid werd aangeboden.

Ik wilde nog zoveel aan haar vragen, maar toen kwam haar man binnen, trots wapperend met het rapport dat zo ver van mijn droomleven af stond. Wakker worden dus, en weer het grijze werkleven in! Toen ik later in mijn hotelkamer aankwam, en direct de terugreis moest aanvangen vond ik het Marokkaanse kussenovertrek in mijn tas. Ik had nooit gedacht dat ik zou hopen bij een volgende werkbezoek toch opnieuw te worden uitgenodigd door mijn grijze collega.

Foto van mijn reis door Marokko