Verdwalen in de medina van Marokkaanse steden is eerder regel dan uitzondering. De steegjes zijn allemaal zo klein en bochtig, dat ze voor iemand die er niet woont of dagelijks komt moeilijk uit elkaar te houden zijn. Overdag verdwalen in de medina is daarom heerlijk en verrassend. Maar ’s avonds is er weinig verlichting en in sommige straatjes helemaal geen, waardoor het mij wel een beetje te spannend is om te proberen er in het donker mijn weg te vinden.

Maar ook in het donker heeft de medina zijn aantrekkingskracht niet verloren. Een van de beste restaurants van Rabat bevindt zich in een riad in het noordoosten van de medina. Riads zijn de statige paleizen of woonhuizen die achter de hoge muren van de medina-straatjes schuilgaan. Deze panden zijn opgebouwd rondom een tuin met planten en bomen in heel grote geglazuurde en beschilderde potten. In deze tuin is soms zelfs een fontein of bassin aanwezig om verfrissing te bieden aan zijn bewoners.

De eigenaars van het restaurant realiseren zich goed hoe moeilijk vindbaar zij voor hun gasten zijn. Daarom worden de gasten bij een makkelijk vindbare plaats bij de uitgang van de medina opgehaald. We waren aangekomen, hadden de auto geparkeerd, en wachtten op de afgesproken plaats. Het was stil en donker op straat dus we hoopten dat we snel zouden worden opgehaald. Na een tijdje turen in de straat waar we de medina in zouden moeten, zag ik een zwak schijnsel onregelmatig bewegen over de wand. Even leek het weer weg te gaan, maar toen werd het helderder en zagen we een gestalte lopen in een lang gewaad met een puntige capuchon. Hij droeg voor zich een lantaarn met een kaars erin. Dit was het schijnsel dat ik sterker had zien worden. We werden stilletjes begroet, en de man in zijn donkerbruine, grof geweven djellaba gebaarde ons om hem te volgen.

Zijn lantaarn verlichtte de steegjes waarvan ik sommige meende te herkennen van mijn dwalingen bij daglicht. Binnen in deze straatjes was het nog stiller dan het erbuiten was geweest. Ik zag een kat wegglippen in het schijnsel van de lantaarn, en zijn schaduw liep groot en monsterachtig over de muur. Opeens stonden we voor een zware deur, waar onze gids ons binnenliet. De geur van rozen kwam ons tegemoet, en via een klein portaaltje werden we naar onze tafel geleid. De tafels waren rondom een palmboom in het midden van de binnentuin gerangschikt. De tafel was versierd met rozenblaadjes en de sfeervolle ambiance bracht ons perfect in de stemming voor een romantisch diner.

jena_restaurant8_alb